Aubergine wordt vaak sponzig of flauw. Meestal is de oven de oplossing: laat ze lang genoeg garen en geef ze genoeg smaak mee, en ze wordt zacht en romig van binnen, met een gekarameliseerd korstje bovenop.
Dit recept is gebaseerd op nasu dengaku, de Japanse klassieker waarbij aubergine wordt gelakt met miso. Wij gebruiken sojasaus in de plaats. Die staat waarschijnlijk gewoon in je kast, en ze brengt evenveel umami. Daar komen nog wat rijststroop, gember en granaatappel bij, en dan heb je alles samen: zoet, zacht, een prikje pit en een friszure toets.
Voor de aubergine:
● 2 middelgrote aubergines
● 3 el sojasaus
● 1 el rijststroop (of honing)
● 1 tl geraspte gember
● 2 el teriyakisaus
● Zwarte peper
Om erbij te serveren:
● 150 g rijst
● 1 ui
● De pitjes van 1 granaatappel
● Verse koriander of peterselie
● Een beetje sesamolie, naar wens
1. Verwarm de oven voor op 185 °C en bekleed een bakplaat met bakpapier.
2. Bereid de aubergines voor. Snijd ze in de lengte doormidden. Snijd het vruchtvlees diagonaal in beide richtingen in tot een ruitpatroon, zonder de schil te doorboren. Deze stap is essentieel: zo dringt de marinade diep door.
3. Maak de marinade. Meng de sojasaus, rijststroop, gember, teriyaki en peper. Bestrijk het vruchtvlees royaal en laat het goed in de insnijdingen doordringen.
4. Zet 25 minuten in de oven, tot het vruchtvlees zacht is als je er met een mespunt in prikt en de bovenkant begint te karameliseren.
5. Kook ondertussen de rijst en snijd de ui in ringen. Haal de granaatappelpitten eruit door met de bolle kant van een lepel op de halve granaatappel te tikken (pitjes naar beneden).
6. Zet er nog 5 minuten de grill op 210 °C op. De saus karameliseert en kleurt lichtbruin, wat alle smaak geeft. Goed in de gaten houden.
Verdeel de rijst over de borden en leg de aubergine erbovenop. Strooi er de uiringen, de granaatappelpitjes en de kruiden over. Wil je er nog een straaltje sesamolie bij, doe dat dan vlak voor je serveert. Eet meteen, warm is ze het lekkerst.